Het idee om sensor en intelligentie toe te voegen aan apparaten werd in de loop van de jaren tachtig en negentig besproken (en er zijn aantoonbaar een aantal veel vroegere voorouders), maar afgezien van enkele vroege projecten – waaronder een verkoopautomaat met een internetverbinding – ging de vooruitgang langzaam omdat de technologie niet klaar was.

Processoren die goedkoop en energiezuinig genoeg waren om bijna wegwerpbaar te zijn, waren nodig voordat het rendabel werd om miljarden apparaten aan te sluiten. De goedkeuring van RFID-tags – chips die op weinig energie draaien en draadloos kunnen communiceren – loste een deel van dit probleem op, samen met de toenemende beschikbaarheid van breedband internet en draadloze netwerken.

De goedkeuring van IPv6 — die, onder andere, genoeg IP adressen voor elk apparaat zou moeten verstrekken die de wereld ooit nodig zal hebben — was ook een noodzakelijke stap voor het Internet of Things op een grotere schaal. Kevin Ashton bedacht de term ‘Internet of Things’ in 1999, hoewel het nog minstens tien jaar duurde voordat de technologie ver genoeg was om de visie werkelijkheid te maken.

Het toevoegen van RFID-tags aan dure apparatuur om hun locatie te kunnen volgen was een van de eerste Internet of Things-toepassingen. Maar sindsdien zijn de kosten voor het toevoegen van sensoren en een internetverbinding aan objecten verder gedaald en deskundigen voorspellen dat deze basisfunctionaliteit op een dag nog slechts 10 cent zal kosten, waardoor het mogelijk is om bijna alles met het internet te verbinden.

Wil je zelf ook een apparaat verbinden met het internet door middel van een M2M simkaart? Lees er meer over bij Olivia Wireless en geniet van het gemak van het Internet of Things.

https://www.oliviawireless.nl/